Zoeken
  • Peter Suijker

‘Veel ceo’s nemen de helft van de grote beslissingen op gutfeeling’



Dat intuïtie bestaat, betwijfelt niemand. Maar het is weinig onderzocht en wordt lang niet altijd serieus genomen. Psycholoog Gerd Gigerenzer doet dat wel en hij concludeert: onder tijdsdruk zijn mensen met veel ervaring beter af met intuïtie dan met beredeneerd denken. Wieteke van Zeil, Volkskrant 18 juli 2022, 11:19.


Een arts die precies weet hoe een procedure hoort te verlopen en in de behandelkamer toch ineens beslist het heel anders aan te pakken. Een muzikant die de ritmes die hij jarenlang zorgvuldig oefende speelt zonder nadenken, alsof zijn vingers vanzelf het instrument bespelen. Een politierechercheur die voelt dat-ie nog éven terug moet naar de plaats delict en dan ineens weet in welke richting hij verder moet. Intuïtief denken en beslissen doen we allemaal. Het speelt een rol bij politieke beslissingen, in de sport, in de bestuurskamers van de grootste bedrijven en bij het sociale verkeer. Aan intuïtie worden ook voorbeelden verbonden als: weten of iets goed is of niet, of je iets moet doen of juist niet, en je richtingsgevoel bij een boswandeling. Een groot deel van ons leven volgt geen logica. Maar wat intuïtie precies is, is voor velen ongrijpbaar.


Dat intuïtie bestaat, betwijfelt niemand. Maar het is weinig onderzocht en wordt lang niet altijd serieus genomen. Wie intuïtief handelt, doet immers gevoelsmatig wat in hem of haar opkomt. Het heeft dan ook geen officiële plek in opleidingen of beleidsvorming. Daar wordt vooral aangeleerd: denk na voor je beslist. Analyseer voor je concludeert.


Dat is raar voor iets dat zo alomtegenwoordig en populair is. Boeken als Blink van de Amerikaanse schrijver Malcolm Gladwell en Thinking, Fast and Slow van Nobelprijswinnaars Daniel Kahneman en Amos Tversky, over onbewust beslissen en oordelen, zijn razend populair, en het zelfhulpboekenschap in de boekwinkel staat vol met titels over intuïtief leven en handelen. In Leiden wordt, in het kader van Leiden European City of Science, op dit moment onderzoek gedaan naar de rol van intuïtie in kunst en wetenschap onder leiding van hoogleraar gedragswetenschappen Andrea Evers. Museum De Lakenhal maakt later dit jaar een tentoonstelling over intuïtieve kunstbeleving.


Op zoek naar het nut van intuïtie, en geïnspireerd door het project aan de Universiteit Leiden, spreken we de komende maanden experts uit verschillende vakgebieden, van een medicus tot een specialist in vormgeving en ontwerp. Over de momenten in hun werk dat intuïtie uiterst belangrijk was en over de rol die intuïtie in hun beroep speelt. Maar om eerst beter te begrijpen wat intuïtie precies is, spraken we met psycholoog Gerd Gigerenzer, voormalig directeur van het Max Planck Instituut for Human Development in München, huidig directeur van het Harding Center for Risk Literacy in Potsdam en wereldwijd deskundige op dit gebied. Over zijn onderzoekswerk schreef hij boeken die populair werden onder hun Engelse titels, Gut Feelingsen Risk Savvy, en het onlangs verschenen How to Stay Smart in a Smart World. Zijn onderzoekswerk vormde de inspiratie en basis voor Gladwells essays in Blink.

Gerd Gigerenzer, directeur van het Harding Center of Risk Literacy, is expert op het gebied van intuïtie.Beeld Arne Sattler

Wat is intuïtie nu precies?

‘Intuïtie is een gevoel dat is gebaseerd op jarenlange ervaring. Als je weet dat je iets moet doen of niet doen, maar het niet kunt uitleggen. Intuïtie is dus een expertise die niet bewust werkt, een vorm van onbewuste intelligentie. Misschien helpt het ook om te zeggen wat intuïtie in elk geval níet is.’

Wat is intuïtie niet?

‘Een zesde zintuig. Iets irrationeels. De willekeurige, impulsieve beslissingen van een incompetente leider. Donald Trump is vaak een intuïtief leider genoemd, dat is hij niet. Impulsief is niet hetzelfde als intuïtief. Het is ook niet Gods stem of zoiets en zeker niet iets dat alleen vrouwen hebben. Dat is belangrijk, want mensen brengen intuïtie geregeld in verband met spiritualiteit en met vrouwen en dat is altijd bedoeld om het intuïtieve te devalueren. Om het onwetenschappelijk te laten lijken.’

Maar veel mensen hechten grote betekenis aan spiritualiteit. En daar horen ook ‘ingevingen’ bij.

‘Klopt, maar dat is iets anders. Door het gelijk te stellen aan een spirituele ervaring, heeft intuïtie ook minder aanzien in andere vakken. Zo is een compleet vakgebied, gedragseconomie, gericht op het aantonen dat intuïtie verkeerd is.’

Wat weet de wetenschap over intuïtie?

‘Intuïtie is nodig omdat we niet alles weloverwogen kunnen leren en we ook niet de tijd hebben om alle beslissingen weloverwogen te nemen. Anders zouden we gewoon niks voor elkaar krijgen. Sommige dingen leer je niet bewust, zoals je eerste taal. In je moedertaal kun je voelen dat een zin grammaticaal niet klopt zonder te kunnen beredeneren waarom. Een tweede taal is meestal bewust aangeleerd, daar let je op de regels. Gezichten herkennen werkt ook intuïtief; je herkent iemand, maar als je je ogen sluit zou je waarschijnlijk niet alle details van diens gezicht kunnen benoemen. Het is een onbewust proces van veel oefenen.’

Is intuïtie dan een manier om op niet-rationele wijze kennis te vergaren?

‘Nee, zeker niet. Vaak wordt het zo uitgelegd, maar dat gebeurt ook om intuïtie in het vakje ‘irrationeel’ te kunnen stoppen. Dat is een misvatting. We hebben weloverwogen denken en intuïtie allebei nodig, ze vormen geen tegenstelling en ze sluiten elkaar niet uit. We vroegen bijvoorbeeld zeventien Nobelprijswinnaars om hun doorbraaktheorie uit te leggen. Elk van hen zei dat die voort was gekomen uit het een heen en weer bewegen tussen intuïtie en analyse, dat is het proces. Daarom ben ik geïnteresseerd in hoe intuïtie werkt, wanneer mensen erop kunnen vertrouwen en hoe we het zo kunnen inzetten dat het bewust aan te leren is.’

Toch wordt intuïtie vaak gezet tegenover beredeneerd denken, ook door andere kenners. Daniel Kahneman had groot succes succes met de theorie die hij met zijn inmiddels overleden collega Amos Tversky ontwikkelde over twee denksystemen, één voor de onbewuste snelle oordelen en beslissingen, en een voor het beredeneerde, overwogen denken. De eerste helpt ons navigeren in het leven, met snelle beoordelingen die we vormen op basis van wat we eerder hebben aangeleerd, de tweede is het bewuste en beredeneerde denken waar tijd voor nodig is, en waarmee we nieuwe informatie verwerken. Thinking, Fast and Slow (in het Nederlands: Ons onfeilbare denken) is een wereldwijde bestseller. Maar Gigerenzer is tegenstander van Kahnemans theorie en uit het gesprek blijkt dat er op z’n minst sprake is van wetenschappelijke animositeit. ‘De basisgedachte in Kahnemans theorie is dat intuïtie inferieur is. Hij schrijft dat het zijn motivatie is om de grenzen van intuïtie aan te tonen. Niet de grenzen van de ratio.’

In uw boek Gut Feelings schrijft u dat de westerse samenleving meer op de ratio vertrouwt dan op intuïtie. Waarom past intuïtie niet in ons systeem?

‘Lange tijd werd intuïtie verbonden aan de vrouw en ratio aan de man. In de 19de eeuw werd gedacht dat de vrouw zondigt, omdat ze nou eenmaal intuïtief is, waar ze ook niks aan kan doen, en dat de man denkt. Dat was ook de rechtvaardiging voor de man om macht over de vrouw te hebben, want als je de wereld intuïtief bekijkt dan ben je irrationeel en moreel inferieur, vond men. Daar zijn we min of meer overheen gegroeid. Maar waar we nog niet overheen gegroeid zijn, is de tegenstelling tussen intuïtie en de rede. De theorie is misschien genderneutraler geworden, maar de gedachte is nog steeds dat de ratio nooit fouten maakt, alleen de intuïtie doet dat. De ratio zou dus ook controle over de intuïtie moeten houden. Ik denk dat het fundamenteel verkeerd is om zo te denken.’

Wat zet u daartegenover?

‘Ik neem om te beginnen intuïtie serieus, ik beschouw het niet als iets dat vermeden zou moeten worden. Ik analyseer de intuïtie die experts hebben en we doen veel onderzoek. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat als experts met jarenlange ervaring in een situatie komen waarin ze snel moeten beslissen, de eerste optie die in hun hoofd opkomt, vaak de beste is. Hoe meer ervaring, hoe gerechtvaardigder het is om te vertrouwen op intuïtie. Als je een beginner bent, is het onwaarschijnlijker dat je ingeving de juiste is. Hier hebben we veel onderzoek naar gedaan, bijvoorbeeld bij ervaren sporters. De criteria van wat goed of niet goed is, zijn daar helder; je moet scoren of punten halen. En sporters moeten vaak snel beslissen. Dit onderzoek levert nog iets belangrijks op; als je de tijd zó beperkt dat echt alleen de eerste gedachte in je op kan komen, zijn experts beter af met intuïtie dan met beredeneerd denken. Less is more. Dat heeft een hoop gevolgen voor mensen in heel veel verschillende disciplines. Dus ook in de wetenschap of in het bedrijfsleven: geef mensen met veel ervaring weinig tijd om een beslissing te nemen.’

Want anders?

‘Anders loop je het risico dat mindere opties je gedachten verdringen en je doen twijfelen. En je verspilt veel tijd en geld.’

Is er een beroep dat meer baat heeft bij intuïtief werken?

‘In principe werkt het in elk vak. Ik zou beroepsgroepen willen indelen in twee categorieën: die waarin professionals weten dat ze moeten vertrouwen op intuïtie, en die waarin mensen wel vertrouwen op intuïtie maar dat nooit zullen toegeven. Tot de eerste groep behoren sport en de kunst, muziek en de natuurwetenschappen, zoals biologie, natuurkunde en scheikunde. Einstein zei: ‘de intuïtieve geest is een gave en de rationele geest is zijn dienaar.’ We hebben een wereld gecreëerd die de dienaar koestert en niet de gave.

‘Tot de tweede groep behoren de gedragswetenschappen en veel grote bedrijven. Die hebben een fixatie op logica en cijfers. Daar is intuïtie verdacht.’

Waarom?

‘Ik heb met een heel aantal grote bedrijven gewerkt en de leiders gevraagd hoe vaak een belangrijke beslissing uiteindelijk een beslissing was op gutfeeling. Het antwoord is niet 1 of 2 procent maar meer dan 50 procent. Ze weten dat er onzekere factoren zijn, dat je niet alles kunt berekenen. Ze vertrouwen op hun expertise. Maar het grote verschil met musici is: deze executives zullen het nooit publiekelijk erkennen. Het blijkt alleen uit geanonimiseerde onderzoeken. Want als het een intuïtieve beslissing is, ben jij verantwoordelijk. Met name in de bedrijfswereld zijn er steeds meer leiders die die verantwoordelijkheid helemaal niet willen.

‘Dus verbergen ze de intuïtie. Daar zijn twee methoden voor. Je kunt het besluit beredeneren nadat het genomen is. Door er rationele argumenten bij te zoeken om het te kunnen presenteren als een op feiten gebaseerde beslissing. Dat is een verspilling van intelligentie, tijd, en geld. En de duurdere variant hiervan: het bedrijf huurt een consultant in. Die dan moet rechtvaardigen wat al lang besloten is op gevoel. Weet je hoe vaak dit gebeurt? Toen ik bij een van de grootste consultancybedrijven ter wereld was en de ceo vroeg hoe veel van hun rapporten feitelijk de rechtvaardiging van reeds genomen beslissingen waren, zei hij: professor Gigerenzer als u niet mijn naam noemt, zal ik antwoorden. Het was meer dan 50 procent.’

Het is niet de vraag óf je je onderbuikgevoel kunt vertrouwen, maar vooral wanneer, vindt Gigerenzer. In zijn boek Gut Feelings(Nederlandse vertaling: De kracht van je intuïtie) schrijft hij over een jonge dokter die in een Amerikaans ziekenhuis werkte toen een ondervoede en nauwelijks reagerende baby van zeven maanden werd binnengebracht. De dokter voelde zich er niet goed bij het kind aan allerlei onderzoeken te onderwerpen. Hij kwam erachter dat het baby’tje weigerde te eten nadat het injecties had gekregen. Intuïtief besloot hij de onderzoeken tot een minimum te beperken en het kind eerst rust te geven en te voeden. Het kind at en sterkte aan, zag de dokter. Maar zijn meerderen grepen in. Een kind in deze toestand moest onderzocht worden, voor een diagnose. Het kind kreeg MRI-scans, er werden biopten genomen en het kreeg een dozijn klinische tests. Voordat de artsen een diagnose konden stellen, stopte het kind opnieuw met eten, en stierf. ‘Ondanks alles wat we hebben gedaan’, zei een collega. De ervaren artsen vertrouwden blind op de protocollen, gebaseerd op beredeneerde, aangeleerde werkwijze. Ze durfden het risico van vertrouwen op intuïtie niet aan. Hier bleek de intuïtie van de jonge arts sneller en effectiever.

In sommige beroepen moeten beslissingen voortdurend onder grote tijdsdruk worden genomen. Bij de politie, bijvoorbeeld. Toch zijn daar problemen met racistische vooroordelen. Jongens van kleur worden veel vaker aangehouden dan blonde jongens. Hoe kun je weten of je intuïtieve besluit niet gestuurd wordt door onbewuste vooroordelen?

‘Door altijd je bewuste denken mee te laten werken. Ik weet niet zeker of de voorbeelden die je nu beschrijft onbewust zijn. Het lijkt op vrij bewust gedrag. Het kan ook het gevolg zijn van een collectief denken. Bij sommige politie-eenheden heerst een cultuur van wij-zij-denken. Dat is geen intuïtie, en het is ook niet onbewust.’

Intuïtie kan wel een rol spelen bij opsporingsdiensten, zegt Gigerenzer. Geoefende douanebeambten en politieagenten kunnen een gevoel hebben dat er iets niet klopt, als ze iemand zien. Ze leren afwijkingen in gedrag te herkennen bij drugskoeriers, ook als ze dat moeilijk kunnen benoemen. Dat maakt ze kwetsbaar, want net als in het bedrijfsleven en de medische wereld, bestaat de kans om aangeklaagd te worden. Intuïtie wordt in de rechtszaal meestal niet erkend als verantwoording van een beslissing. Maar het is belangrijk dat onderscheid te benoemen, meent Gigerenzer: ‘Anders werkt het tegen een betere omgang met intuïtie.’

Hoe kan intuïtie volgens u beter ingezet worden bij opvoeding en in opleidingen?

‘Het zou een onderdeel van het curriculum op school moeten worden. Bijvoorbeeld bij biologie, wanneer je leert om planten en bloemen te herkennen, dat is bewust leren en oefenen. Daarna kun je aandacht besteden aan kijken en snel herkennen of een plant gezond is of niet, zonder het te beredeneren, dat is intuïtief. Leraren, ouders trouwens ook, kunnen kinderen duidelijk maken dat ze zich een expertise eigen kunnen maken en dat je daarna een punt bereikt dat je niet alleen kunt berekenen en beredeneren, maar ook dingen meteen kunt inschatten. Zo kun je ze leren wanneer te vertrouwen op intuïtie. Oefenen is het begin, maar intuïtief beslissen is een essentieel deel van je vaardigheden.’

INTUÏTIE VS INSTINCT Instinct is aangeboren. Zoals de neiging van een baby om zuigbewegingen te maken met de mond en te zoeken naar de moederborst. Intuïtie is gebaseerd op ervaring. Je moet dus eerst oefenen. Een pianist die op intuïtie vertrouwt is ooit begonnen met een vinger te plaatsen op de juiste toets, en dat talloze malen, jaren en jaren, zeer bewust te oefenen. Om welk vakgebied het ook gaat, volgens Gigerenzer gaat intuïtie altijd gepaard met ‘zweten’ – veel oefenen en ervaring opbouwen.

37 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
Frontfoto XL met beeldmerk.jpg